Bloemdijken van Nederland


Klimaatbestendige dijken

Klimaatverandering
Het klimaat is altijd in beweging. Natuurlijke en menselijke invloeden zorgen voor verandering. Sinds de industriële revolutie is de invloed van de mens snel groter geworden. Door de verbranding van kolen, olie en gas produceren we steeds meer broeikasgassen. Hierdoor warmt de aarde op. De gemiddelde temperatuur van de aarde steeg met 1 graad in de afgelopen 130 jaar. In Nederland zelfs 1,7 graad. De zeespiegel is in die tijd met 20 centimeter gestegen. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu (bron: www.rijksoverheid.nl).

Effect van klimaatverandering op de dijkvegetatie
Als de uitstoot van broeikasgassen in hetzelfde tempo doorgaat wordt het steeds warmer op aarde. Met grote gevolgen voor mens, natuur en milieu. We krijgen nog vaker last van extreem weer. Nu al merken we de veranderingen. Er komen meer stortregens, zwaardere stormen of juist lange drogere en hete perioden. Het groei- en bloeiseizoen begint steeds vroeger.
Het jaar 2018 werd gekenmerkt door een langdurige warme en droge periode in de zomermaanden. Van veel waterschappen kwamen meldingen van het verdorren en afsterven van de grasbekleding op hun dijken, vooral op zandige dijken met een zuidexpositie.

Situatie in de nazomer van 2018
Een snelle ronde langs veel dijken direct na de droge periode leerde dat met name de zuidtaluds van zandige dijken het zwaar te verduren hadden gehad. Her en der waren vele vierkante meters grote open plekken ontstaan waarin de vegetatie geheel was afgestorven. Maar her en der had de vegetatie het toch overleefd, ook op zuidtaluds op zandige dijken.
Vooral Rood zwenkgras, een grassoort die op veel zandige dijken dominant is, bleek te zijn uitgevallen terwijl dieper wortelende grassoorten als Rietzwenkgras en Glanshaver de droogte veel beter hadden doorstaan. Ook veel dieper wortelende soorten kruiden bleken de drogte te hebben overleefd.
Al snel na de eerste regenbui na de droge periode bleken er veel kiemplanten op te komen. Blijkbaar lagen de open plekken vol met zaden. Opvallende soorten waren Zachte en Kleine ooievaarsbek, Reigersbek en Smalle weegbree, maar ook Jakobskruiskruid.

Maatregelen in 2018
Tijdens de droge periode in 2018 ontstond al snel het besef dat de dijken zoveel mogelijk met rust dienden te worden gelaten, dus niet maaien en niet beweiden tijdens de droogte. Ook direct na de droogte, toen de resterende vegetatie weer begon te groeien diende terughoudend te werk te worden gegaan met maaien en beweiden: zoveel herstel voor de winter was het devies.
Verschillende waterschappen besloten om zo snel mogelijk te gaan doorzaaien in een poging om toch nog iets van een grasmat te krijgen voordat de winterperiode aanbrak. De doorzaai had een wisselend succes: soms pakte het positief uit maar vaak legden de jonge planten het toch weer af toen weer enige droogte optrad.

Uitgangspunt in 2019
In het voorjaar groeiden de in de nazomer van 2018 ontkiemde plantensoorten in snel tempo uit en begon de bloei al vroeg. Op veel plekken was de bloei massaal: veel bloemen maar wel maar van één of slechts enkele soorten. Ook enkele eenjarige grassoorten grepen hun kans, onder meer Zachte dravik.
Een aantal snel opgekomen soorten is eenjarig. Dat wil zeggen dat ze snel tot bloei en zaadzetting komen maar daarna ook snel afsterven. Hierdoor ontstaan er opnieuw open plekken waarin versneld kieming en vestiging van nieuwe planensoorten kan plaatsvinden. Maar ook plekken die gewoon open blijven omdat zaden ontbreken of de grond te droog is voor kieming.
De grasbekleding op zandige zuidtaluds kan duurzaam worden hersteld door een zadenmengsel in te brengen dat gras- en kruidensoorten bevat die zijn aangepast aan de droge omstandigheden op deze taluds.

Wat te doen om herhaling van 2018 te voorkomen?
In juli en augustus is in het algemeen de kans op hoge temperaturen en langdurige droogte het grootst. Voorkomen dient te worden dat in deze maanden de vegetatie zo kort is dat het zonlicht de bodem kan bereiken wat leidt tot sterke verdroging van de leeflaag waarvan de plantengroei afhankelijk is.
Een grasbekleding met een hoge biomassaproductie en een lage soortenrijkdom kan het beste worden gemaaid in de eerste helft van mei. In juli en augustus staat er dan weer een gewas dat bestand is tegen verdroging.
Een grasbekleding met een matige of lage biomassaproductie en een hoge(re) soortenrijkdom kan het beste pas worden gemaaid nadat zoveel mogelijk gras- en kruidensoorten hebben gebloeid en zaden hebben gemaakt. Als vervolgens een aantal soorten het zwaar krijgt is er altijd een zaadvoorraad beschikbaar van waaruit de grasbekleding zich kan herstellen.

terug naar boven