Pilot Ottersum - resultaten 2020-2022
Bedekking op maaiveldniveau in voorjaar 2020-2022
Tussen 2020 en 2021 is de totale bedekking (grassen+kruiden) gemiddeld over alle proefvakken gestegen van 78,7% naar 86,1% en vervolgens gedaald naar 81,1% in 2022 (zie figuur 1).
Figuur 1: bedekking op maaiveldniveau in voorjaar 2020-2022
Aandeel grassen, kruiden, mos en kaal in voorjaar 2020-2022
Tussen 2020 en 2021 is de bedekking van de grassen gemiddeld over alle proefvakken gestegen van 63,1% naar 65,8% en vervolgens gedaald naar 62,7% in 2022 (zie figuur 2).
Tussen 2020 en 2021 is de bedekking van de kruiden gestegen van 15,6% naar 20,3% en vervolgens gedaald naar 18,4% in 2022. Tussen 2020 en 2021 is de bedekking van de kale plekken
gedaald van 9,0% naar 5,6% en vervolgens gestegen naar 6,4% in 2022.
Figuur 2: aandeel grassen, kruiden, mos en kaal in voorjaar 2020-2022
Wortellengte in voorjaar 2020-2022
Tussen 2020 en 2021 is de totale wortellengte gemiddeld over alle proefvakken gestegen van 1132 cm naar 1152 cm en vervolgens gedaald naar 1094 cm in 2022 (zie figuur 3).
De totale wortellengte is dus in alle drie de onderzoeksjaren nog aan de lage kant in vergelijking met de maximale waarde die kan worden bereikt.
Referentie maximaal wil zeggen de maximale wortellengte waarbij in elke dieptelaag de maximale wortellengte (60 cm) wordt aangetroffen: 8 (lagen) x 60 (cm) x 4 (deelmonsters) = 1920 cm.
Figuur 3: wortellengte in voorjaar 2020-2022

Vergelijking wortellengte in gesloten vegetatie en open plekken
In elk proefvak is 1 van de 4 deelmonsters gestoken in een open plek. In figuur 4 zijn voor 2020, 2021 en 2022 de wortellengtes weergegeven van de gesloten vegetatie en
de open plekken. In alle drie de onderzoeksjaren was de wortellengte in de open plekken aanzienlijk lager dan in de gesloten vegetatie.
De wortellengte in de gesloten vegetatie verschilt niet veel tussen de onderzoeksjaren. De wortellengte in de open plekken verschilt daarentegen wel veel. Tussen
2020 en 2021 is de totale wortellengte in de open plekken gemiddeld over alle proefvakken gestegen van 915 cm naar 1008 cm maar vervolgens gedaald naar 786 cm in 2022.
Figuur 4: wortellengte in voorjaar 2020-2022, vergelijking gesloten vegetatie en open plekken

Soortenrijkdom in de zomerperiode van 2018-2022
In 2018 varieerde de soortenrijkdom van 23 tot 40 soorten, in 2022 van 27 tot 38 soorten. Het hoogste aantal soorten (42) is in 2019 aangetroffen in een
van de twee proefvakken met toediening van mycorrhiza (My-O-19k), het laagste aantal soorten (21) in 2021 in een van de twee proefvakken met root&shoot RS-O-19k. Het aantal soorten
was in 2021 in vrijwel alle proefvakken aan de lage kant, wellicht te wijten aan het feit dat de opnamen pas konden worden gemaakt na de vroege maaibeurt in mei.
Figuur 5: aantal soorten per proefvak in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022

Vegetatietype per proefvak in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022
In 2018 en 2019 werd de vegetatie in de meeste proefvakken nog gerekend tot het vegetatietype W3. In 2022 werd nog slechts in een proefvak de vegetatie gerekend tot W3 en in de
overige 11 proefvakken tot H2. Dat wil zeggen dat tussen 2018 en 2022 plantensoorten die typisch zijn voor (soortenrijke) weilanden W3 zijn afgenomen of verdwenen en soorten die
typisch zijn voor matig soortenrijk hooiland H2 zijn toegenomen of verschenen.
Figuur 6: vegetatietype per proefvak in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022

Soortenrijkdom per proefvak in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022
In 2018 was de soortenrijkdom gemiddeld over de duo-vakken met 31,5 soorten het hoogst in de referentievakken op het niet geklepelde deel van de proefdijk en de proefvakken met D1
en met 29,0 soorten het laagst bij toediening van mycorrhiza op het geklepelde deel van de proefdijk.
In 2022 was de soortenrijkdom met 36,0 soorten het hoogst in de referentievakken op het geklepelde deel van de proefdijk en met 29,0 soorten het laagst in de referentievakken op het niet
geklepelde deel van de proefdijk.
Figuur 7: aantal soorten per proefvak in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022

Soortenrijkdom per behandeling in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022
Bij alle behandeling verschilde de soortenrijkdom tussen 2018 en 2022 aanzienlijk. De grootste verschillen deden zich voor in de proefvakken met root&shoot: minimaal in 2021
(23,5 soorten) en maximaal in 2019 (37,0 soorten).
Figuur 8: aantal soorten per behandeling in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022

terug naar boven