Pilot Ottersum - resultaten 2018
Veel soorten ondanks inzaai met soortenarm mengsel
De Niersdijk is in 2016 verbeterd waarbij na het aanbrengen van een nieuwe toplaag is ingezaaid met het standaard dijkenmengsel D1. Dit mengsel bevat
naast 3 grassoorten (Engels raaigras, Rood zwenkgras en Veldbeemdgras) alleen Witte klaver. Desondanks zijn in 2018 veel ander soorten grassen en kruiden
aangetroffen. Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk. De eerste mogelijke verklaring is dat het substraat van de nieuwe toplaag zaden van de in 2018
aangetroffen soorten bevatte. De tweede mogelijke verklaring is dat bij het aanbrengen van de nieuwe toplaag deze is vermengd met de oorspronkelijke toplaag
en dat deze oorspronkelijke toplaag zaden van de in 2018 aangetroffen plantensoorten bevatte.
Veel vlinderbloemigen
Aan de westkant van de proefdijk zijn opvallend veel vlinderbloemigen (stikstofbinders) aangetroffen en bovendien in grote hoeveelheden. Dit zijn soorten
die zelfvoorzienend zijn voor stikstof. Ze binden stikstof uit de lucht en leggen die vast in ondergrondse stikstofknolletjes. Wanneer de plant aan het einde
van het seizoen (deels) afsterft komt de stikstof uit de knolletjes beschikbaar in de bodem. Hierdoor hebben vlinderbloemigen een bemestend effect op de bodem.
Een verklaring waarom juist aan deze kant van de proefdijk zoveel vlinderbloemigen voorkwamen in 2018, en bovendien in grote hoeveelheden, kan zijn dat hier
het stikstofgehalte hier aanzienlijk lager was dan meer naar het oosten op de proefdijk. Hierdoor zijn de vlinderbloemigen aanzienlijk concurrentiekrachtiger
dan de overige plantensoorten die voor hun stikstofvoorziening afhankelijk zijn van de stikstofvoorraad in de bodem.
Structuur (bedekking) en doorworteling
De bedekking van de bodem door de vegetatie was in de zomer van 2018 nog erg inhomogeen. Dichtbegroeide stukken werden afgewisseld met open plekken. In het
proefvak waarop Root&shoot is toegepast is op 4 oktober een bedekking gemeten van 82,5% (grassen+kruiden). Ondanks deze relatief hoge bedekking was de doorworteling
matig, zowel in de inzaairichels als in de open ruimte tussen de inzaairichels (zie figuur 1). Bovendien bleek er nauwelijks verschil in doorworteling tussen maaibeheer en beweiding
met schapen (zie figuur 1).
Een verklaring van de matige doorworteling kan zijn dat de samenstelling van de toplaag ongunstig is: ongunstige granulaire samenstelling en/of (te) sterke
verdichting van de laag onder de groeilaag. Bij het steken van de wortelmonsters in het westelijke deel van de pilot bleek er op een diepte van 15 tot 17,5 cm een
sterk verdichte laag bestaande uit zwaardere/zware klei te liggen. Deze laag kan optreden als ondoordringbare spronglaag waardoor de wortels van de planten niet
of onvoldoende de diepte in kunnen.
Figuur 1: doorworteling

Vergelijking behandelingen
De verschillende behandelingen laten op het oog geen verschillen zien. Dit kan te wijten zijn aan de abnormale warme en droge zomer waarin de groei van de
grasbekleding lange tijd vrijwel heeft stilgestaan. Onbekend is wat hiervan het effect is op de werking van de mycorrhiza en de bemesting root&shoot. Ook de
extra doorzaai heeft naar verwachting door de langdurige droogte geen effect gehad.
Verwachte ontwikkeling
De verwachting is dat het enige tijd zal duren voordat het bodemleven de gehele toplaag dusdanig doorwoeld en losgemaakt heeft dat de gehele toplaag
bereikt kan worden door de plantenwortels. Het inbrengen van grassoorten die dieper wortelen dan Engels raaigras, Rood zwenkgas en Veldbeemdgras kan dit
proces bespoedigen. Daarom wordt aanbevolen om zowel op het westelijke als op het oostelijke deel van de pilot een extra proefvak aan te leggen waarin vooral
Glanshaver wordt ingezaaid, eventueel in combinatie met Reukgras en Goudhaver.