Pilot Ottersum - resultaten 2019
Veel soorten ondanks inzaai met soortenarm mengsel
De Niersdijk is in 2016 verbeterd waarbij na het aanbrengen van een nieuwe toplaag is ingezaaid met het standaard dijkenmengsel D1. Dit mengsel bevat
naast 3 grassoorten (Engels raaigras, Rood zwenkgras en Veldbeemdgras) alleen Witte klaver. Desondanks zijn in 2018 en 2019 veel ander soorten grassen en kruiden
aangetroffen. Hiervoor zijn drie verklaringen mogelijk:
In 2019 is de gemiddelde soortenrijkdom in de meest proefvakken gestegen ten opzichte van 2018. Dit is enerzijds veroorzaakt doordat er nieuwe soorten zijn
aangetroffen in 2019 (zie bijlage 3) en anderzijds doordat de soorten zich steeds regelmatiger over het proeftraject verspreiden waardoor de soortenrijkdom per
proefvak stijgt
Veel vlinderbloemigen
Aan de westkant van de proefdijk zijn opvallend veel vlinderbloemigen (stikstofbinders) aangetroffen en bovendien in grote hoeveelheden. Dit zijn soorten
die zelfvoorzienend zijn voor stikstof. Ze binden stikstof uit de lucht en leggen die vast in ondergrondse stikstofknolletjes. Wanneer de plant aan het einde
van het seizoen (deels) afsterft komt de stikstof uit de knolletjes beschikbaar in de bodem. Hierdoor hebben vlinderbloemigen een bemestend effect op de bodem.
Een verklaring waarom juist aan deze kant van de proefdijk zoveel vlinderbloemigen voorkwamen in 2018 en 2019, en bovendien in grote hoeveelheden, kan zijn dat hier
het stikstofgehalte hier aanzienlijk lager was dan meer naar het oosten op de proefdijk. Hierdoor zijn de vlinderbloemigen aanzienlijk concurrentiekrachtiger
dan de overige plantensoorten die voor hun stikstofvoorziening afhankelijk zijn van de stikstofvoorraad in de bodem.
Vegetatiestructuur (bedekking en hoogte)
De bedekking van de bodem door de vegetatie was ook in de zomer van 2019 nog tamelijk inhomogeen. Dichtbegroeide stukken werden afgewisseld met kleinere open
plekken. Zowel de totale bedekking (grassen+kruiden) als de gemiddelde hoogte van de vegetatie zijn in 2019 gestegen ten opzichte van 2018. De combinatie van
de totale bedekking (grassen+kruiden) en de gemiddelde hoogte van de vegetatie geeft een indicatie van de biomassaproductie van de vegetatie. Deze lijkt dus
in 2019 te zijn gestegen ten opzichte van 2018. Dit kan erop duiden dat de groei van de vegetatie is toegenomen.
De groei van de dijkvegetatie in het westelijke deel van het proeftraject bleef ook in 2019 achter ten opzichte van het oostelijke deel. Bij het steken van de
wortelmonsters in het westelijke deel in 2018 bleek er op een diepte van 15 tot 17,5 cm een sterk verdichte laag bestaande uit zwaardere/zware klei te liggen.
Deze laag kan optreden als ondoordringbare spronglaag waardoor de wortels van de planten niet of onvoldoende de diepte in kunnen.
Vergelijking behandelingen
De verschillende behandelingen lieten ook in 2019 nog geen grote verschillen zien in soortensamenstelling, soortenrijkdom en vegetatiestructuur, met
uitzondering van de twee nieuwe proefvakken met mycorrhiza die in het voorjaar van 2019 zijn aangelegd. De vegetatie in deze vakken heeft de laagste
soortenrijkdom en is nog relatief open, bevat een hoog aandeel aan grassen en is nog laag (en waarschijnlijk laagproductief). Het lijkt erop dat de groei
nog op gang moet komen nadat in het voorjaar de grasmat is beschadigd bij het inbrengen van de mycorrhiza.
Verwachte ontwikkeling
De verwachting is dat het enige tijd zal duren voordat het bodemleven de gehele toplaag dusdanig doorwoeld en losgemaakt heeft dat de gehele toplaag
bereikt kan worden door de plantenwortels. Door de langdurige droogte in de zomers van 2018 en 2019 is dit proces echter vertraagd. Langdurige droogte heeft
waarschijnlijk een negatief effect op het bodemleven in de bovenste laag van de bodem waarin de planten groeien.
In 2019 is voor het eerst Glanshaver aangetroffen in twee proefvakken op het buitentalud. De verwachting is dat deze grassoort zal toenemen en op
termijn een belangrijk onderdeel gaat vormen van de vegetatie. Glanshaver is een hoger opgaande grassoort die een relatief diepgaand en wijdvertakt
wortelstelsel vormt. Hierdoor zal de totale doorworteling toenemen en daarmee de erosiebestendigheid van de toplaag. Bovendien wordt de dijkvegetatie
dan minder gevoelig voor extreme weersomstandigheden.
Aanbevelingen
De groei van de vegetatie in 2019 lijkt te zijn toegenomen ten opzichte van 2018 (hogere totale bedekking (grassen+kruiden) en grotere gemiddelde
vegetatiehoogte). Desondanks is de vegetatie lokaal nog relatief open en zijn de inzaairichels nog zichtbaar. Om ervoor te zorgen dat de soorten verder
kunnen toenemen in abundantie en zich verder kunnen verspreiden over het proeftraject dient er pas na de bloei en zaadzetting gemaaid te worden. Om het
bodemleven verder te activeren kan worden overwogen om het gewas bij de tweede maaibeurt (eenmalig) te klepelen en niet af te voeren. Hierdoor neemt
het organische stofgehalte in de bodem toe waarvan het bodemleven profiteert. Dit dient alleen te gebeuren wanneer de biomassaproductie in het najaar
niet te hoog is. Anders is de hoeveelheid maaisel te groot en dreigt verstikking van de grasbekleding.