Bloemdijken van Nederland

Bloemdijken van Nederland


Waterschap Rivierenland

Primaire waterkeringen
Waterschap Rivierenland beheert 556 km aan primaire waterkeringen langs de grote rivieren en is daarmee de belangrijkste speler met betrekking tot de kwaliteit van de rivierdijken in Nederland. De belangrijkste taak van het waterschap is ervoor te zorgen dat Nederland droge voeten houdt. Het waterschap is dan ook continu bezig met het bewaken van de dijken en, waar nodig, de dijken te verbeteren en versterken. Informatie over de hoofdtaak Veiligheid is te vinden op Waterschap Rivierenland - Veiligheid. Deze website bevat onder meer informatie in woord en beeld over de huidige en toekomstige dijkverbeteringsprojecten.

Natuurwaarde
Uitgaande van een gemiddelde breedte van het dijktalud van 10 m bedraagt de oppervlakte van de primaire waterkeringen van Waterscahp Rivierenland ruim 1100 hectare. Door de aanzienlijke lengte van 556 km kunnen ze 1112 km aan aanliggend landschap beïnvloeden, zowel binnen- als buitendijks. Het uitstralend effect is soms negatief, bijvoorbeeld bij een overmaat aan bloeiend Jakobskruiskruid, maar is meestal positief doordat 'goede graslandsoorten' met de bijbehorende insectenfauna zich vanaf de dijk naar het aanliggend landschap kunnen verspreiden.

Bloemrijke dijken - zeldzame plantensoorten
Van oudsher zijn de dijken begroeid met soortenrijke graslanden. De dijkflora bevat tientallen zeldzame soorten, waaronder een klein aantal wettelijk beschermde en een aanzienlijk aantal Rode Lijst soorten. Vanaf 2005 inventariseert Waterschap Rivierenland de drie wetelijke beschermde plantensoorten die op hun dijken voorkomen: Rapunzelklokje, Veldsalie en Wilde marjolein. Volgens de zorgplicht dient het waterschap locaties met deze soorten zodanig te beheren dat het voortbestaan van deze soorten gegarandeerd is.

Bloemrijke dijken - insectenfauna
Veel insectensoorten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van bloeiende planten. De bloeiende planten leveren de insecten zowel nectar als stuifmeel. Een hoge diversiteit aan (bloeiende) plantensoorten zorgt voor een hoge diversiteit aan insectensoorten.
Zowel de aanwezigheid van zoveel mogelijk plantensoorten als de mogelijkheid om tot bloei te komen zijn hierbij van essentieel belang. Voor het voortbestaan van een soortenrijk grasland is het bovendien van belang dat de soorten na de bloei tot zaadzetting kunnen komen. De zaden zijn immers het kapitaal van de planten.

Beheerders van de dijken
Uit kostenoverweging besteedt Waterschap Rivierenland het beheer van het merendeel van haar dijken uit aan marktpartijen als aannemers, loonwerkers en agrariërs. De voorkeur van het waterschap gaat uit naar beheer door agrariërs van aanliggend land. Ook particulieren komen in aanmerking voor het beheer van aanliggende dijkpercelen.
Ook besteedt het waterschap het dijkbeheer uit aan agrarische natuurverenigingen (bv. De Ploegdriever in de Ooijpolder) en aan andere partijen die zich bezighouden met landschapsbeheer (bv. Vrijwillig Landschapsbeheer Beuningen op de dijken tussen Weurt en Winssen).

Dijkbeheer in de praktijk
De dijkbeheerders kunen kiezen uit twee vormen van beheer en een combinatie ervan:

  • 1. Maaibeheer: tweemaal maaien per jaar met afvoer van het maaisel. De eerste maaibeurt vindt in principe plaats na 15 juni.
  • 2. Beweiding met schapen binnen een flexibel (verplaatsbaar) raster. Beweiding vindt plaats middels wisselbeweiding: de beweidingsperiodes duren maximaal 1 week.
  • 3. Combinatie van maaibeheer en beweiding met schapen. Maaien in voorjaar (na 15 juni) en beweiden in najaar óf beweiden in voorjaar en maaien in najaar (evt. gevolgd door nabeweiding).

Belangrijkste bloemdijken van Waterschap Rivierenland